Naar de inhoud
Terug naar alle Kennis

Wedstrijdbad: maatvoering en eisen

Volgens World Aquatics is een 50-meterbad met aantikplaten aan beide kanten 50,020 tot 50,030 m lang van wand tot wand. Banen zijn minstens 2,5 m breed, het water is 25 tot 28 °C en bij gewone wedstrijden is de startzone minimaal 1,35 m diep.

Competition pool with lane ropes

Lengte en tolerantie

World Aquatics publiceert de baaneisen in de Competition Regulations, Part Two, artikel 15. Het certificeringsdocument Swimming Pool Certification is van kracht sinds 1 april 2026. De getallen op deze pagina komen uit dat document. Met aantikplaten aan beide kanten blijft tussen de platen precies 50,000 m over.

Situatie Eis (World Aquatics, CR Part Two, 15.2)
50 m, afstand tussen de aantikplaten 50,000 m, tolerantie +0,010 / −0,000 m
50 m, aantikplaten aan beide einden: wand tot wand min. 50,020 m, max. 50,030 m
25 m, aantikplaten aan beide einden: wand tot wand min. 25,020 m, max. 25,030 m
25 m, aantikplaat aan één einde: wand tot wand min. 25,010 m, max. 25,020 m
Hoogtebereik waarover de lengte moet kloppen van 0,300 m boven tot 0,800 m onder het wateroppervlak

De kopwanden moeten verticaal en evenwijdig zijn, met een tolerantie van ±0,3 graden. Ze hebben een slipvast oppervlak tot minstens 0,8 m onder water. Het bad zelf moet haaks zijn: de hoeken ±0,05 graden, en de twee diagonalen mogen maximaal 10 mm verschillen.

Breedte, banen en diepte

  • Banen: bij gewone wedstrijden geldt geen minimumaantal. Banen zijn minstens 2,5 m breed; de buitenste twee minstens 2,4 m, met aan de buitenkant minstens 0,1 m vrije ruimte.
  • Olympische Spelen: acht banen van 2,5 m, met aan beide kanten een vrije strook van 2,5 m. Wereldkampioenschappen: tien banen.
  • Badbreedte: voor de Olympische Spelen en wereldkampioenschappen minimaal 25,000 m (permanent bad) of 26,000 m (tijdelijk bad). Voor andere wedstrijden geldt geen minimumbreedte.
  • Diepte: voor de Olympische Spelen en wereldkampioenschappen minimaal 2,5 m; voor het WK kortebaan (25 m) minimaal 2,0 m (2,5 m aanbevolen). Bij andere wedstrijden minimaal 1,0 m, en 1,35 m van 1,0 tot ten minste 6,0 m vanaf de kopwand als er startblokken zijn.
  • Rustrichels langs de wand mogen, op ten minste 1,2 m onder water en 0,1 tot 0,15 m breed.

Uitrusting, water en licht

Aantikplaten, startblokken en uitrusting

  • Aantikplaten: minimaal 2,4 m breed, 0,9 m hoog en 0,01 m dik; 0,3 m boven en 0,6 m onder het wateroppervlak. Een overloopgoot in de kopwand moet ruimte laten om de platen tot 0,3 m boven water te bevestigen. In baden met een rondlopende overloop lost een verwijderbare kopwand dat op.
  • Startblokken: platform 0,50 tot 0,75 m boven water, minimaal 0,5 × 0,5 m, maximaal 10 graden helling. Zie startblokken.
  • Rugslag: vlaggenlijnen 1,8 m boven het water, op 5,0 m van elke kopwand; een rugslagsteun die tot 4 cm boven of onder de waterlijn verstelbaar is. Zie het rugslagstartsysteem.
  • Beweegbare keerwand als kopwand: een beweegbare keerwand (ook wel brug of scheidingswand) moet over de volle breedte lopen, stabiel en verticaal zijn, en ruimte bieden voor aantikplaten van 0,8 m onder tot 0,3 m boven het water, zonder gevaarlijke openingen.
  • Baanmarkering: donkere lijnen van 0,2 tot 0,3 m breed, 46,0 m lang in een 50-meterbad en 21,0 m in een 25-meterbad, eindigend 2,0 m voor de wand met een dwarslijn van 1,0 m.

Water en licht

  • Watertemperatuur: 25 tot 28 °C.
  • Doorstroming tijdens wedstrijden: 220 tot 250 m³/h in een 50-meterbad en 120 tot 150 m³/h in een 25-meterbad, zonder merkbare stroming. World Aquatics test dat met een drijvende bal. Buiten wedstrijden gelden de nationale gezondheidsregels.
  • Verlichting: bij de Olympische Spelen en World Aquatics-evenementen minimaal 1.500 lux over het hele bad; bij andere wedstrijden minimaal 600 lux boven de startblokken en de keerpunten.

Inmeting en certificering

Een bad wordt gecertificeerd op basis van een inmeting door een gecertificeerde landmeter die de nationale bond aanwijst of goedkeurt. Dat is de KNZB (Nederland), Belswim met Zwemfed en FFBN (België) of FLNS (Luxemburg). De meting gebeurt met een total station (hoek 1″, afstand 1 mm + 1,5 ppm), met een kalibratiecertificaat van maximaal één jaar oud. De lengte wordt gemeten met een gevuld bad, in het midden van elke baan en zonder aantikplaten, bij een watertemperatuur van 25 tot 28 °C. Bij de aanvraag horen tekeningen van de situatie zoals gebouwd, met de waterdieptes.

In Nederland is het Handboek zwembaden van de KNZB (vernieuwd op 16 april 2025) het naslagwerk voor accommodatie-eisen, wedstrijdfaciliteiten, waterkwaliteit, duurzaamheid en toegankelijkheid. U downloadt het gratis via knzb.nl. De officiële inmeting verloopt via de nationale bond.

Hoe renovatie de maatvoering herstelt

Veel wedstrijdbaden uit de jaren zeventig en tachtig voldoen niet meer aan de huidige eisen: de lengte klopt niet meer binnen de tolerantie, of er is geen ruimte voor aantikplaten. Met Myrtha RenovAction komt een nieuw RVS-bad binnen de bestaande betonkuip. De RVS-rails worden langs de oude wanden uitgelijnd en afstandhouders vangen de oneffenheden in het beton op. Daardoor bepaalt de nieuwe constructie de binnenmaat, en niet het oude beton. Een beweegbare keerwand kan een 50-meterbad bovendien in twee 25-meterbaden verdelen. Meer hierover leest u in Sportbad renoveren zonder sloop.

Zie Sportbad renoveren zonder sloop.

Voorbeeld: het 50-meterbad van het Twentebad in Hengelo (50 × 20,98 m, tot 3,79 m diep) is in 2018 gerenoveerd met Myrtha RenovAction en kreeg een beweegbare keerwand. Dit is een Myrtha-bad in de BeNeLux.

Myrtha is officieel partner van World Aquatics, en Myrtha-technologie wordt sinds Atlanta 1996 gebruikt bij de Olympische Spelen, meest recent Parijs 2024.

Veelgestelde vragen

Hoe lang moet een 50-meterbad precies zijn?

Met aantikplaten aan beide kanten tussen 50,020 en 50,030 m van wand tot wand, zodat tussen de platen 50,000 m (+0,010 / −0,000 m) overblijft. De lengte moet kloppen van 0,3 m boven tot 0,8 m onder het wateroppervlak.

Hoe diep moet een wedstrijdbad zijn?

Voor gewone wedstrijden minimaal 1,0 m, en 1,35 m van 1,0 tot 6,0 m vanaf de wand als er startblokken zijn. Voor de Olympische Spelen en wereldkampioenschappen minimaal 2,5 m.

Hoe breed is een wedstrijdbaan?

Minimaal 2,5 m. De buitenste banen mogen 2,4 m zijn, met minstens 0,1 m vrije ruimte aan de wandkant.

Welke watertemperatuur geldt?

25 tot 28 °C, zowel tijdens wedstrijden als bij de inmeting.

Wie meet een wedstrijdbad in?

Een gecertificeerde landmeter die door de nationale zwembond is aangewezen of goedgekeurd, met een gekalibreerd total station. De nationale bond is de KNZB (Nederland), Belswim met Zwemfed en FFBN (België) of FLNS (Luxemburg).

Kan een bestaand bad weer op wedstrijdlengte worden gebracht?

Vaak wel, door een nieuw RVS-bad binnen de bestaande kuip te bouwen waarvan de nieuwe wanden de binnenmaat bepalen. Of dat voor uw bad lukt, blijkt uit een opname van de kuip.

Uw wedstrijdbad bespreken? Wilt u weten of uw bad weer aan de eisen van World Aquatics kan voldoen, of schrijft u een PvE voor een nieuw wedstrijdbad? Neem contact op, mail naar pools@ewac.nl of bel +31 (0)226 31 34 57.

Lees ook: Sport, Wedstrijduitrusting, Beweegbare zwembadbodem.

Producten

Gerelateerde producten